Over Jiddische muziek

Het Jiddisch is een taal, die gesproken werd door de Joodse bevolking in Oost-Europa, vanaf de Middeleeuwen tot aan de jaren 40. Er bestond een hoogstaand cultureel leven in landen als Polen, Hongarije, TsjechiŽ, de OekraÔne, RoemeniŽ, de Baltische staten, (Wit)Rusland en Duitsland. Jiddisch cabaret en het Jiddische lied stonden centraal.

Als taal lijkt het Jiddisch het meest op het Duits, zoals dat in de Middeleeuwen werd gesproken, vermengd met Hebreeuwse en Slavische invloeden.

De onderdrukkingen en pogroms, die tot doel hadden het Jiddische leven te onderdrukken, hadden juist tot gevolg dat deze cultuur kon blijven bestaan. Grote groepen Joden bleven hun taal (het Jiddisch) en hun cultuur in ere houden. Dit werd versterkt door het feit dat ze altijd heel geÔsoleerd moesten leven.

Het chassidisme (een Joodse religieuze stroming), de opkomst van het socialisme en het anti-semitisme hebben een belangrijke invloed op het Jiddische lied gehad.

Het kenmerkende element in het Jiddische lied is het melodramatische. Zelfspot over de armoede en de ellende in de Joodse Sjtetls (Joodse steden of wijken), het strijdbare uit de arbeidersbeweging en uit de strijd tegen het facisme en het anti-semitisme, het verheerlijken van de alomaanwezigheid van God, zijn belangrijke elementen van het Jiddische lied.

Voor verdere informatie over het Jiddisch als taal, verwijzen wij naar het internet.

Doopsgezinde Kerk Winterswijk, Mir TsveyVrije School Nijmegen, Mir TsveySt Jacobskapel Nijmegen, Mir Tsvey