Jiddisch als manier van familieleven

Jiddisch is altijd een familiezaak geweest. Hoewel Josine en Leo, Mir Tsvey niet Joods zijn, hebben zij de Joodse muziek, en in het bijzonder het Jiddische lied in hun harten gesloten.
In het oude land, sprak je Russisch of Pools of Hongaars of Roemeens of Lithouws of wat dan ook in de buitenwereld. Maar als je thuis kwam en de deur achter je sloot, daar was het mame loshn, mama's tongval, de moedertaal.

Toen kwam de grote uittocht, de Exodus, groter dan in bijbelse tijden. Toen de duizenden langs Ellis Island kwamen, droegen ze hun Jiddisch zijn met zich mee in hun tenen manden en gehavende koffers. Maar langzaamaan begon het Jiddisch te verdwijnen.

De kinderen van de Jiddisch sprekende immigranten.

De kinderen van de immigranten uit de 1880er en 1890er jaren werden in de eerste W.O. naar Frankrijk gestuurd. De kinderen van de emigranten in de jaren 1910 tot 1920 werden later de bevrijders van Buchenwald. Jiddisch stopte daar. De fontein was afgesneden van zijn bron, en toch..

Misschien was de grote stroom opgedroogd, maar de zijriviertjes bleven bestaan.
Mir Tsvey wil bijdragen aan het behouden van deze prachtige Jiddische taal.
De bron van het Jiddisch is diep.

(Bron: The Yiddisch songbook, Jerry Silverman. Vertaald uit het Engels, voorwoord)

Josine Franken en Leo Driesenaar, Mir Tsvey